Tussen niet-verleden en niet-toekomst
De meeste kunstenaars kennen dat wel: Tussen twee (grotere) series schilderijen zit vaak een gat.
Je zou kunnen zeggen vacuüm, je kunt zeggen (tijds)periode.
Ditmaal beleef ik het als een vacuüm, maar in slow-motion, zoals langzame filmbeelden zich langs je netvlies bewegen. Althans – dit is hoe mijn hersenen het interpreteren.
Want het omvat ook mijn tijdsbegrip, omdat ik ontdekte dat tijd niet bestaat als natuurlijk gegeven.
Het is een gedachtenconstruct dat door de mens gemaakt is.
Buiten de menselijke gedachten bestaat tijd niet.
Verleden bestaat dan niet, net zomin als toekomst.
Tijd is een menselijke creatie, dus cultuur.
En dit raakt wederom aan iets wat ik ga proberen te beschrijven, ook al vind ik er moeilijk de woorden voor.
Is dit van belang voor mijn werk?
Jazeker is dat van belang.
Want schilderthema en gedachtenproccessen lopen bij mij parallel.
Ik zeg vaak tegen mensen: “Wil je zien waar ik op dit moment sta, in mijn gedachtenfilosofie over het leven, over de maatschappij… ? Dan moet je mijn schilderijen bekijken.”
Maar nu is er al een tijdje in mezelf iets gaande, waarvan ik het niet precies weet.
Het thema waar ik in mijn schilderijen al een tijd lang mee bezig ben, is de relatie cultuur en natuur. Maar binnenin mij verwerk ik dit momenteel op een andere manier. Tegelijkertijd denk ik: Is dit wel zo? En besef ik dat er wel degelijk een parallel is….
Binnen het schilderproces volg ik de gedachtengangen met betrekking tot het overheersen / de controledrang van de mens (cultuur) op de natuur om hem heen.
En in mijn hoofd bekijk ik alle opgelegde beelden en ideeën die ‘mij’ hebben gevormd. Met het afstand nemen van die identificatie wikkelt de zware jas ‘cultuur’ zich beetje bij beetje af, zodat het voelt alsof ik terug val in een zogenoemde ‘natuurlijke staat’.
Parallel of geen parallel, is dit überhaupt belangrijk om te weten?
Ja en nee. Ik ontdekte:
Wij mensen maken het belangrijk, zoals dat bij alles zo is.
En niet het gebeuren is een probleem, maar het duiden. Wij zijn zélf het probleem.
Ons denken.
Niet meer. Niet minder.
Wat betekent dit voor mij, in de (zogenaamde) toekomst?
Het schilderen brengt mij – praktisch gezien – ontspanning en plezier.
De dingen die erbij komen kijken als een schilderij af is, zorgen ervoor dat mijn atelier niet volgestouwd raakt en zorgen weer voor meer tijd om te schilderen.
Maar de gedachten aan eventuele successen die ermee gepaard gaan, doen mij eerlijk gezegd vrij weinig meer.
De zoeker is verdwenen en er is iets (vrij)gekomen dat er blijkbaar altijd al was, en nooit herkend is.
WAT NU?
Al onze gedachten zijn geleende gedachtenconstructen.
Geleend van anderen om ons heen.
Van onze (voor)ouders, leraren, onze omgeving. Van religie. Hedendaagse denktrends. Van alles dat we tot ons nemen via taal, schrift, beeld.
Zover mogelijk als het in mijn praktisch handelen en in interacties met mensen is toegestaan, verwerpen zich in mij langzaam alle ideeën, oordelen / verwachtingen / zekerheden.
Om ruimte te maken voor leegte en openheid.
Openheid voor alles wat zich op elk ‘nu’ momentum mag aandienen.
Om daarna te mogen verworden tot een herinnering of weer te verdwijnen in ons gedachtenconcept dat we het verleden noemen.


Sorry, the comment form is closed at this time.